Woongemeenschap De Wonne

Larink Stichting

Woongemeenschap De Wonne

Artikel uit Bouwwereld:

De Wonne is een leefgemeenschap die gehuisvest is in een kloosterachtig gebouw aan de rand van het centrum van Enschede. De noordelijke vleugel van dit gebouw stond echter erg dicht op het nieuwe Muziekcentrum, terwijl een deel van de kloostertuin aan de westzijde plaats zou moeten maken voor een nieuw stadsplein. De gemeente Enschede besloot tot een ruil, waarbij De Wonne ruimte voor nieuwbouw kreeg aan de zuidzijde. Hier stonden vier oude panden, van het klooster gescheiden door het oude wandelpad Brinkgaarde.

“Zo’n oud wandelpad moet je niet zomaar aan de stad onttrekken”, zegt architect Stijn van Tuijl van KuiperCompagnons, die de architectenselectie won met deze integratie. Al werd het pad aan de openbaarheid onttrokken, het zou visueel zoveel mogelijk in stand moeten blijven. De nieuwbouw beperkt zich daarom in principe tot de plek van de vier oude panden. De Wonne wilde echter wel dat deze nieuwbouw binnendoor bereikbaar zou zijn vanuit het bestaande gebouw. Dat resulteerde in de keuze voor een glazen tussenbouw, waarvan vooral de transparantie van de gevels van groot belang was.

Staalconstructie

De glazen tussenbouw wordt gedragen door een staalconstructie. Waar mogelijk zijn de stalen dakliggers opgelegd in het metselwerk van de aangrenzende gebouwen. In het bestaande metselwerk zijn daarvoor consoles aangebracht. Langs de glasgevels is gekozen voor een oplegging op ronde stalen kolommen (ø 159 mm). Aan deze kolommen zijn tevens de glasruiten bevestigd. Dat is gedaan met spiders. De maat tussen de kolommen is bepaald door de maximale reguliere glasafmetingen. De glasruiten zijn structureel gekit.

Entree

Aan het begin van het voormalige pad is in de glasgevel de nieuwe hoofdentree van De Wonne gemaakt. In aansluiting op de overige entrees van De Wonne, is deze entree iets naar binnen gelegd. De ombouw van dit portaal is uitgevoerd met een dubbele staalbeplating met 25 mm hoogwaardige isolatie ertussen. “Het is maar een dunne laag, maar het is voldoende om condensvorming te voorkomen”, zegt architect Stijn van Tuijl. Aan de andere zijde van de ‘binnenstraat’ is een vierdelige schuifpui gemaakt, die aansluit op de kloostertuin.

Het onderdetail van de glazen gevels is zo ontworpen dat er van binnenuit alleen glas te zien is. De bestrating wordt binnen en buiten gelijk. Er is wel een klein niveauverschil aangehouden en buiten loopt de bestrating af naar de straat, om zo het regenwater zoveel mogelijk van de gevels af te houden.

Zonwerend isolatieglas

Het glas in de tussenbouw is zonwerend isolatieglas, waarbij een optimum is gezocht tussen klimaat en transparantie. “Het had ook in enkel glas gekund, maar De Wonne wilde toch wel graag een binnenklimaat. Daarom zit er ook vloerverwarming in. In de winter is daarmee een temperatuur van ongeveer 16 ºC te bereiken”, vertelt Van Tuijl.

Een volledig binnenklimaat zat er niet in vanwege budget, maar was ook niet nodig. Daarbij zou de aansluiting op het bestaande gebouw dan wel erg lastig zijn geworden. Nu sluiten de glasgevel en het glazen dak in principe gewoon koud aan op het metselwerk. Een koudebrug is geaccepteerd en bij een hoge regenbelasting zou er zelfs een natte strook kunnen ontstaan in het metselwerk vlak onder het dak. “Maar de kans daarop is klein. Er staat maar een klein stukje metselwerk meer boven het glasdak en dat wordt ook nog eens afgedekt door een goot.”

Mossedumdak

Ook vanwege klimaat is het dakvlak grotendeels uitgevoerd als mossedumdak. Alleen de randen van het dak zijn van glas. Daardoor is het opgaand metselwerk dus over de volle hoogte te zien en valt er strijklicht langs de gevels. “Hierdoor lijkt het dus heel open, terwijl te grote opwarming wordt voorkomen.” Het hemelwater wordt afgevoerd naar een goot rondom het gesloten middenvlak. Deze goot heeft twee hwa’s, die als ronde kolommen volledig vrij in de glazen tussenbouw staan.

De hoogte van het glasdak (5,8 m) is vooral bepaald door de gevels van zowel nieuwbouw als bestaande bouw. Bij het bestaande gebouw was het zoeken naar een goede plek tussen het siermetselwerk onder de goot. Bij de nieuwbouw liggen de liggers op net boven de ramen. In beide gevels zijn de dakliggers opgelegd boven de penanten tussen de ramen. Daardoor liggen de dakliggers niet evenwijdig aan elkaar. Dat betekent ook dat elke ruit van de glazen dakrand verschillend is. Doordat ook de bestaande muur nog eens behoorlijk bolt, moest uiteindelijk elke ruit apart worden ingemeten.

Gevels gehandhaafd

In de nieuwbouw met 17 gastenkamers en 3 appartementen zijn na inspraak van de bevolking overigens twee oude gevels gehandhaafd. Dit waren de twee middelste en mooiste gevels van de vier. Met het handhaven van deze gevels – en de daarbij horende dakvorm – was echter ook de verdiepingshoogte van de nieuwbouw vastgelegd. Die bedraagt maar liefst 4 meter bruto.

Aan één zijde is vervolgens nieuwbouw met het trappenhuis naast de historische gevels gezet en aan de andere zijde een nieuw pand met appartementen. Vanuit het trappenhuis is een corridorontsluiting gemaakt voor gastenkamers en appartementen. Op de tweede verdieping voert deze corridor tussen de herbouwde kapvormen door, met zicht op het mossedumdak van de glazen tussenbouw. Op de eerste verdieping heeft Van Tuijl ramen geplaatst net boven de vloer, zodat de bezoeker zicht naar beneden heeft op de begane grond van de glazen tussenbouw.’

Meegewerkt aan dit project